De blogs worden nu gefilterd met: Gerrit vd Kamp
Reset het filter om alle blogs te zien.
Dé brief
Het is nu donderdag 16 mei en (bijna) alle collega’s hebben van de werkgever een brief ontvangen met daarin meer informatie over de matching LFNP. Op acp.nl, maar ook op sociale media als Twitter zie ik de eerste reacties op het voorgenomen besluit voorbij komen. De reacties lopen nogal uiteen, maar bij meer dan één collega’s roept de matching LFNP onrust op. Daar heb ik alle begrip voor.
Collega’s van het KLPD (waterpolitie) hebben duidelijk stelling genomen tegen het voorgenomen besluit dat zij hebben ontvangen. De ondernemingsraad van de landelijke eenheid heeft inmiddels een persbericht uitgebracht waarin wordt aangekondigd dat deze collega’s massaal bezwaar zullen maken. De komende weken gaat de ACP inventariseren welke bezwaren er bij ons binnenkomen. Op basis daarvan bepalen wij hoe nu verder. Dit geldt dus ook voor de bezwaren van leden werkzaam bij de landelijke eenheid KLPD.
Voor alle collega’s die het niet eens zijn met de matching is het allereerst belangrijk om zich goed te laten informeren door de werkgever. Heb je een goed beeld van waarom de werkgever bepaalde keuzes heeft gemaakt, neem dan contact op met de ACP.
Matching LFNP
Alle 'actieve' politiemedewerkers ontvangen vandaag of morgen een brief van de werkgever met meer informatie over het LFNP-proces en de daarmee samenhangende matching. Het gaat om een zogenoemd voorgenomen besluit. In deze brief staat met welke LFNP-functie uw huidige functie is gematcht en in welke salarisschaal deze functie zit. Voor al uw vragen over de brief verwijs ik u in eerste instantie graag door naar de werkgever.
Als voorzitter van uw bond ben ik de afgelopen maanden en zelfs jaren bezig geweest met dit dossier. Door de wildgroei aan functies en taakaccenten, tot wel 16.000 functies en 30.000 taakaccenten, was het volgens zowel de bonden als de werkgever nodig om in te grijpen. Wie betaalt, bepaalt. In deze context betekent het dat de werkgever gaat over de inhoud van het werk (LFNP) en de keuzes die hierin worden gemaakt. Als vakbond was het de afgelopen jaren onze taak om de rechtspositionele gevolgen te bewaken. Daarnaast hebben wij een aantal eisen ingebracht als het gaat om het specifieke politievak. Ook heeft de ACP als een constructieve waakhond gehamerd op consistentie en kwaliteit.
Behalve de brief van de werkgever ontvangt u (als uw e-mailadres bij ons bekend is) van ons een e-mail met daarin meer informatie over wat u zelf kunt doen en wat u als ACP-lid van uw vakbond kunt verwachten. Heeft u de mail niet ontvangen, maar wilt u de informatie nalezen? Logt u dan in op ‘MijnACP’. Hier kunt u de brief nalezen en uw actuele mailadres achterlaten, zodat u de informatie in het vervolg toegestuurd krijgt.
Vertrouwen
Op woensdag 24 april was ik aanwezig in de Tweede Kamer. De vaste Kamercommissie van Veiligheid en Justitie debatteerde over de Facebook-rellen in Haren. Ik heb met stijgende verbazing geluisterd naar de minister. Zijn laconieke houding over de uitkomsten van ons onderzoek vond ik geen recht doen aan de collega’s die de moeite namen deel te nemen. De minister wekte tijdens de vergadering de indruk dat slechts een handjevol ACP-leden aan het onderzoek deelnam en dat het daarom niet representatief zou zijn.
De reactie van de minister op de enquête was teleurstellend, net als de reactie van de eenheidsleiding van Noord-Nederland en korpschef Bouman. In plaats van een reactie op inhoud, werd slechts geprobeerd de aandacht daarvan af te leiden door de gebruikte onderzoeksmethode in twijfel te trekken. Er is echter niets mis met dit onderzoek. De deelnemers gaven een duidelijk signaal af. Er is een gat geslagen in het vertrouwen van medewerkers in hun eenheidsleiding. De ACP vindt dat dit vertrouwen hersteld moet worden. Dat de minister niet gelooft dat deze vertrouwensbreuk bestaat, is nog tot daaraan toe. Het geeft wat mij betreft echter geen pas om uitspraken en gevoelens van politiemensen te bagatelliseren. De minister zet in ons nationale parlement het beeld neer dat het slechts “om enkele politiemensen” gaat. Politiemensen die, en daar is de commissie Cohen duidelijk over, op operationeel niveau uitstekend werk hebben gedaan.
De minister staat in de Tweede Kamer niet alleen als politicus en bestuurder, maar ook als werkgever van politiemensen. Ondanks forse kritiek op het functioneren van de leiding van de eenheid Noord Nederland bleef minister Opstelten de eenheidsleiding steunen. Nu is er niets mis met een werkgever die staat voor zijn mensen, als ACP pleiten we daar zelfs voor, maar toch krijg ik er in dit geval een vervelend gevoel bij. Een collega die op straat werkt, krijgt namelijk om minder ernstige feiten op z’n minst een berisping. Nu het om een eenheidschef gaat, lijkt het ineens of er andere regels gelden. Volgens mij heet zoiets ´meten met twee maten’. Het wordt collega’s zo wel erg moeilijk gemaakt om vertrouwen te hebben in de politieleiding. Als er onvoldoende lering getrokken wordt uit dit soort incidenten en verantwoordelijken weglopen voor de consequenties van gemaakte fouten, raken niet alleen politiecollega’s maar ook burgers hun vertrouwen in de politieorganisatie kwijt.
Tijdens het debat heeft de minister ook aangegeven met de ACP in gesprek te willen gaan over ons ledenonderzoek. Uiteraard ga ik het gesprek met minister Opstelten aan. Maar dat heeft alleen zin als de minister de bereidheid toont om écht te luisteren naar de gevoelens en twijfels van collega’s die de rellen in Haren (in)direct hebben meegemaakt. Daarover heb ik de minister vandaag een brief gestuurd.
Politieonderwijs
Politieonderwijs is de levensader van het politievak. Het geeft ons de mogelijkheid specifieke kennis en kunde die zo noodzakelijk is voor ons vak over te brengen van generatie op generatie. In een tijd waarin er op korte termijn een grote groep collega’s met pensioen gaat en er dus ook weer een grote groep nieuwe collega’s moet worden opgeleid, is dit essentieel. De afgelopen tijd wankelt het vertrouwen in het onderwijssysteem bij de Nederlandse politie. Niet zozeer vanwege de inzet, kennis en kunde van hardwerkende medewerkers, maar wel vanwege wat zich afspeelt op bestuurlijk niveau.
In december 2012 heeft de ondernemingsraad van de Politieacademie haar vertrouwen opgezegd in haar bestuur. Daarna is oud-korpschef Vogelzang gevraagd om het onafhankelijke onderzoek naar de leiding van de Politieacademie in te stellen. Gisteren werd ik gebeld door leden van de OR dat de Raad van toezicht en het ministerie weigeren het rapport met de OR te delen. De belangrijkste reden is dat beide partijen bang zijn dat het rapport gelekt wordt. De OR heeft vanuit haar eigen verantwoordelijkheid al met collega’s gedeeld dat zij hiermee niet akkoord gaat. Dat kan ik mij voorstellen. Voor alle partijen lijkt het mij goed als er zo snel mogelijk duidelijkheid komt.
Het is nu aan de minister om in te grijpen én de ondernemingsraad de mogelijkheid te geven om het rapport goed te kunnen beoordelen. Dit lijkt mij niet meer dan logisch, aangezien het hier gaat om een door collega’s gekozen afvaardiging met een zelfstandige positie. De tijd dringt inmiddels. We kunnen het ons niet permitteren om nog langer te wachten, want daarvoor zijn de belangen te groot. Belangen van docenten, bestaande en toekomstige studenten, maar zeker ook van burgers. De Nederlandse politie, maar zeker ook de Nederlandse samenleving kan niet zonder goed politieonderwijs.
Commissie Cohen
Gisterenavond werd ik om ongeveer 18.00 uur gebeld door een journalist van de NOS. Hij vertelde mij dat de uitkomsten uit het rapport van de commissie Cohen over de Facebook-rellen in Haren bij hen bekend waren. In het rapport, zo vertelde de journalist mij, was er kritiek op het optreden van de politie.
Ik kan niet zeggen dat die kritiek als een verrassing kwam, aangezien ik van aanwezige collega’s al de nodige verhalen had gehoord en gelezen. Het is wel pijnlijk om te moeten constateren dat het zover is gekomen. Vooral ook omdat collega’s in en om Haren hun uiterste best hebben gedaan om de ontstane situatie onder controle te houden. Ze hebben daarbij grote persoonlijke risico’s gelopen en genomen. Ik heb het rapport nog niet gelezen. De volle omvang van de kritiek en ook hoe die samenhangt met bijvoorbeeld de rol van de burgemeester, moet vandaag blijken. Om 11.00 uur is de presentatie van het rapport waarbij ik zelf niet aanwezig ben. In vergelijkbare zaken betekende het dat ik in de loop van de ochtend gebeld werd door verschillende landelijke en regionale media. Allemaal op zoek naar een reactie van de ACP. Dat zal dit keer niet anders zijn, dus waarschijnlijk zie of hoor je mij, namens jou en je collega’s, vandaag nog wel in de media voorbijkomen. In ieder geval schuif ik om 18.15 uur aan in de studio van EenVandaag.
Het rapport is de eerste stap. Daarna is het een kwestie van leren en samen de schouders eronder voor de veiligheid van burgers en collega’s.



