Lessons to be learned
Ik heb de afgelopen weken van een goede vakantie mogen genieten. Als verstokt fan van Groot-Brittannië was dit land wederom de bestemming. Collega’s drukten mij op het hart dat ik mij tijdens mijn vakantie vooral niet met zaken moest bezighouden die het werk aangaan. Een goed advies, maar lastig op te volgen. Want tijdens de vakantie koop ik dagelijks een Britse krant om toch een beetje bij te houden wat er vooral in de Britse samenleving gebeurt. Zo kon het gebeuren dat ik werd gegrepen door een fenomeen dat zich ook in het veiligheidsdomein in Nederland zou kunnen voordoen.
Ongeveer twee weken voor de aanvang van de Olympische Spelen werd bekend dat er grote problemen waren rond de beveiliging van de sportmanifestatie. G4S, een mondiale en beursgenoteerde beveiligingsorganisatie, had zich contractueel verbonden om de totale Olympische Spelen te beveiligen. Twee weken voor aanvang moest de topman schoorvoetend bekennen dat de vereiste en toegezegde aantallen beveiligers bij lange na niet zouden worden behaald. De Britse overheid voelde zich genoodzaakt om het aantal ingezette militairen te verdubbelen. Desondanks was er ongeveer 56 miljoen pond aan gemeenschapsgeld betaald aan G4S om aan hun contractverplichtingen te voldoen. Dit op een totale offerte van 256 miljoen pond. De rekening voor de Britse belastingbetaler werd vervolgens nog hoger, omdat het aantal alsnog in te zetten militairen om de beveiliging op peil te krijgen daarbij moest worden opgeteld.
Het had het prestigeproject moeten worden wat G4S mondiaal op de kaart zou zetten. Dat doel samen met de enige missie van een commercieel bedrijf - winst maken - zorgde ervoor dat G4S haar hand fors overspeelde. Saillant detail in dit hele verhaal is bovendien dat een falend computerplanprogramma veroorzaakte dat men absoluut niet inzichtelijk kon krijgen over hoeveel mensen men dan wel kon beschikken. Waar herkennen we dit van? De totale Britse samenleving en overheid tuimelden over de topman van G4S heen. Toen hij werd doorgezaagd door een overheidscommissie gaf hij aan dat zijn hoogste prioriteit het beschermen van de reputatie van G4S was. De reactie van de toehoorders mag duidelijk zijn.
De topmanager maakte met deze opmerking naar mijn mening duidelijk dat de loyaliteit van een commercieel, beursgenoteerd bedrijf nooit bij veiligheid kan liggen. Zij worden door hun raden van commissarissen weggestuurd met de opdracht winst te maken. Veiligheid, het door hun te leveren product, is daaraan altijd ondergeschikt, moet zo min mogelijk kosten, maar zoveel mogelijk opleveren. Overheden moeten naar mijn mening ook afzien van het onderbrengen van primaire veiligheidstaken bij commerciële bedrijven, of dit nou lokaal of landelijk is. Dit Britse incident toont dat zonneklaar aan.
In Nederland zien we inmiddels ook bewegingen, waarbij veiligheidstaken in de private commerciële sector worden ondergebracht door overheden. Een zorgelijke en ongewenste ontwikkeling wat mij betreft. Als je daaraan toevoegt dat de in te zetten beveiligers in Londen als ‘moderne dagloners’ zonder zekerheid hun werk moesten doen en dat topmanagers van G4S na het binnenhalen van het contract hun toelages in 18 maanden fors zagen stijgen, dan is de opmerking van een Britse journalist zeker op zijn plaats: ‘There are lessons to be learned.'



