Er komt, zoals eerder door het kabinet opgenomen in het regeerakkoord, een vitaliteitsregeling. Deze vitaliteitsregeling is inmiddels verder uitgewerkt in het Pensioenakkoord van september 2011 in de vorm van ‘ vitaliteitssparen’ . Deelnemers kunnen vanaf 1 januari 2013 maximaal 5.000 euro per jaar fiscaal vriendelijk sparen. Maximaal mag er 20.000 euro worden gespaard. Het geld kan ieder moment en voor ieder doel worden opgenomen met één beperking: vanaf het jaar waarin de deelnemer op 1 januari 62 jaar oud is, mag maximaal 10.000 euro per jaar worden opgenomen. Dit ‘vitaliteitssparen’ komt in de plaats van spaarloon en levensloop. Er is wel een overgangsregeling levensloop. Lees hierover meer bij het onderwerp Levensloop in de Kenniswijzer.
Het ‘vitaliteitssparen’ is onderdeel van een breder vitaliteitspakket dat zich richt op ‘doorwerken’, ‘mobiliteit’ en ‘loopbaanfaciliteiten’. Door middel van een werkbonus voor werknemers en eventueel ook werkgevers zullen ouderen bijvoorbeeld worden gestimuleerd om langer door te werken. Werkgevers krijgen een mobiliteitsbonus als ze een 55-plusser in dienst nemen, zodat het voor deze groep makkelijker wordt om te wisselen van baan.
In het pensioenakkoord wordt ook de AOW-leeftijd in 2020 verhoogd naar 66 jaar. Het is mogelijk om de AOW eerder in te laten gaan, maar dan wordt er een korting toegepast. Deze korting geldt dan voor de gehele periode. Door gebruik te maken van de werkbonus en vitaliteitssparen is het in de toekomst mogelijk om eerder te stoppen met werken tegen een lagere korting.
De werkbonus is er voor werknemers van 62 jaar en ouder. Ieder jaar dat zij werken, krijgen zij een bonus van rond de 2.300 euro. Deze bonus kan vervolgens worden ingezet om met 65 jaar te stoppen met werken, zodat de korting op de AOW-uitkering beperkt blijft (1,5 procent in plaats van 6 procent). Mensen leven dan eerst een paar maanden van de opbrengst van de werkbonus en eventueel van het geld dat ze gespaard hebben met vitaliteitssparen. Daarna laten ze hun AOW-uitkering ingaan.
Als enige politievakbond heeft de ACP van meet af aan ingezet op het behoud van de huidige mogelijkheden om vervroegd te kunnen stoppen met werken. De afwijzende houding van de ACP en een aantal andere bonden heeft ertoe geleid dat de onderhandelingen zijn voortgezet en met resultaat. Er zijn openingen ontstaan voor mensen die nu bij Politie Nederland werken om de huidige VPL-regeling voort te zetten. Dit vereist wel dat politiecollega’s op 31 december 2011 een levensloopregeling met een saldo van minimaal 3.000 euro hebben (zie Kenniswijzer Levensloop).
Voor toekomstige politiecollega’s bieden vitaliteitssparen en de werkbonus echter geen oplossing. Zij kunnen daarmee hooguit gedeeltelijk of vlak voor hun 65e stoppen met werken. Omdat zij ook een zwaar en risico beroep zullen hebben, wil de ACP ook voor hen een goede regeling. Daarom pleit de ACP voor materiële voortzetting van de levensloopregeling in de vorm van een aanpassing van het vitaliteitssparen voor mensen met zware en risicovolle beroepen. Daarom zet de ACP de petitie over de vitaliteitsregeling voort. Ben je het met de ACP eens? Teken dan hier de petitie.
Zorgen over de beoogde kabinetsplannen
'Politie dupe van hervorming levensloop' (Telegraaf)
Abonneer op onderwerp