De ongelijke machtsverhoudingen tussen werkgever en werknemer zijn de ontstaansgrond voor alle vakbonden. Overal waar in Europa industriële samenlevingen ontstonden, zijn ook de vakbonden ontstaan. Werknemers hadden door de fabrieksgewijze productie alleen hun arbeid aan te bieden om in hun levensonderhoud te voorzien. Dat maakte hun positie erg kwetsbaar.
Oorzaken waarom bonden zich organiseerden:
Deze omstandigheden vormden eind 19e, begin 20e eeuw de zogenaamde 'sociale kwestie'. In deze periode kwam het christelijk-sociaal-denken op: sociale problemen vanuit christelijke beginselen oplossen. De noodzaak te komen tot een maatschappijvisie op de sociale nood kwam voort uit:
Christelijk sociale congres
De kerken verloren in de 19e eeuw de greep op de samenleving. De christelijke kerken ontwikkelden een visie op de sociale kwestie door de pauselijke encycliek Rerum Novarum van paus Leo XIII en het eerste christelijk sociale congres (1891). Via de Bijbel probeerde men een visie op mens en samenleving te ontwikkelen.
Het christelijk sociaal congres boog zich over de vraag wat de houding van christenen moest zijn tegenover de noden van onze tijd. Er werd nagedacht over een rechtvaardiger inrichting van de maatschappij, hoe er aan barmhartigheid (zorg voor elkaar) kon worden gedaan, wat een rechtvaardig loon is, de sociale verzekering en het recht op werkstaking.
Pauselijke encycliek Rerum Novarum
In hetzelfde jaar 1891 kwam de paus met zijn encycliek Rerum Novarum. Het is nog steeds een spraakmakend geschrift, omdat hierin de uitzichtloze ellende van veel gezinnen niet werd verhuld. Het socialisme werd afgewezen. Werkgevers en arbeiders zijn volgens deze paus verantwoordelijk voor elkaar. Er werd aandacht besteed aan de arbeidsvoorwaarden, de kinder- en vrouwenarbeid en ook aan de zondagarbeid. De paus pleitte ook voor de oprichting van vakverenigingen, uiteraard op katholieke grondslag.
Het eerste christelijk sociaal congres en het verschijnen van Reum Novarum hebben een belangrijke impuls gegeven aan de oprichting van vakbonden (CNV en NKV).
Al in 1887 is de eerste politiebond (op neutrale grondslag) opgericht. De Algemene Nederlandsche Politiebond. Zij stelde zich ten doel:
Gemengde gevoelens
De neutraliteit van deze politiebond sprak veel politiemensen in die tijd aan. De politie moest neutraal zijn en zo ook de vereniging waarin zij georganiseerd waren. Desondanks keek men met gemengde gevoelens naar de oprichting van deze vakbond. Kritiek kwam er met name op haar vermeende revolutionaire ideeën.
Dat er meerdere politiebonden zijn ontstaan in het begin van de vorige eeuw, heeft alles te maken met het feit dat de politie nogal plaatselijk georiënteerd was. Er ontstonden veel plaatselijke en ook categorale politiebonden. Na verloop van tijd bleken die 'neutrale' politiebond toch niet zo neutraal te zijn. Met name de socialistische invloeden spelen een belangrijke rol in de oprichting van op de 'eigen' levensbeschouwing georiënteerde bonden. Het is daarom niet zonder reden dat in het in 1914 en 1915 de landelijke politiebonden St. Michaël en de BCPA werden opgericht.
Tegenwerking
Ondanks veel tegenwerking van de bestaande 'neutrale' bonden groeiden de christelijke bonden gestaag. Een belangrijke impuls voor het christelijke politievakbondswerk was de revolutiepoging van Troelstra. Veel politiemensen werden in die periode gedwongen een principiële keuze te maken. Met name onder invloed van de kerken werd gekozen voor trouw aan de overheid en het koningshuis. En tegen het revolutionaire socialisme.
Voor de Tweede Wereldoorlog waren er vijf soorten politie:
Voor de Tweede Wereldoorlog hebben de politiebonden met name gestreden voor:
Oprichtingsdata:
Op 11 november 1998 is de naamswijziging Politievakorganisatie ACP doorgevoerd.
De belangrijkste manier om de achterban te bereiken was middels de bondsbladen: De R.K. Politieambtenaar en de Christelijke Politieambtenaar. De invloed van de kerk in deze bladen was voor de Tweede Wereldoorlog enorm groot.
Verschillen met neutrale bonden
Politiemensen hadden eind 19e, begin 20e eeuw niet veel tegen neutrale bonden. Dat veranderde toen zij radicaliseerden door de socialistische invloeden. Bij de confessionele bonden stond het harmoniedenken voorop (en dat is zo gebleven tot aan de dag van vandaag). De neutrale, later socialistische bonden denken meer vanuit het conflictmodel. Met name de revolutiepoging van Troelstra heeft de kloof tussen de ANPB en St. Michaël en de BCPA vergroot.
De naoorlogse jaren
Als je Nederland na de Tweede Wereldoorlog in een aantal ontwikkelingen moet typeren, kun je denken aan:
De politievakbonden kregen in de naoorlogse jaren een steeds sterkere positie. Ze onderhandelden niet alleen over salarissen en arbeidsvoorwaarden. Ze werden ook de spreekbuis van de politie over allerlei zaken die het werk van de politie raakten. Deze standpunten beïnvloedden de arbeidsomstandigheden van de leden.
Door de culturele veranderingen kwam de politieorganisatie steeds meer onder vuur te liggen. De taken van de politie werden steeds meer uitgebreid. Elke wetswijziging leidde tot uitbreiding van het politieapparaat. Telkens werden nieuwe diensten of onderdelen gevormd. Dat kwam de eenduidigheid niet ten goede.
Versnippering Rijks- en Gemeentepolitie
Steeds vaker trad versnippering op. Ook tussen de Rijks- en Gemeentepolitie. Omdat de vakministers steeds meer grip op het politieapparaat wensten werd in de jaren tachtig van de vorige eeuw besloten tot een enorm ingrijpende reorganisatie. Het ontstaan van 25 regionale en één landelijk opererend korps (en daarnaast nog het LSOP), eind jaren ’80, begin jaren ’90, heeft diepe sporen bij iedereen nagelaten. Pas begin 21e eeuw komt men langzaam over de gevolgen van deze reorganisatie heen.
De rechtspositie van de politie verbeterde sterk in de naoorlogse jaren. Door de invloed van minister Toxopeus van Binnenlandse Zaken werd eind jaren ’60 veel verbeterd aan de salarissen. De Politiebonden hadden al jaren aangedrongen op salarissen die te vergelijken waren met die in het bedrijfsleven werden gegeven. Ook werd langzamerhand de 40-urige werkweek ingevoerd (in de jaren '90 zelfs de 36-urige werkweek). Speciale aandacht werd gevraagd voor de veiligheid. Bij veel oude dienders leveren de gesprekken over de breuk met het trendvolgen en de bevriezing van de ambtenarensalarissen aan het eind van de jaren ’70 en beginjaren ’80 nog veel frustratie en agressie op. Veel goeds is er echter gedaan op het terrein van de pensioenen, de sociale zekerheid en de ziektekostenverzekering.
Stakingsrecht
Herhaaldelijk zijn er discussies gevoerd over het stakingsrecht. Uiteindelijk is voor elke ambtenaar een – gereglementeerd – stakingsrecht mogelijk. Met name politiemensen hebben nog steeds beperkingen, waar het het recht tot staken betreft. Zo mag de openbare orde en veiligheid niet in het geding komen. Diensten als de noodhulp moeten altijd worden gegarandeerd.
Het politieoverleg
Na 1993 is er (na de sectoralisatie) een Commissie voor Georganiseerd Overleg in Politiezaken (het CGOP) tot stand gekomen. Deze commissie is het officiële overleg tussen de Minister van BZK en de politiebonden over de rechtspositie van de politie-ambtenaar en alles wat daar mee annex is. Op korpsniveau gebeurt dit overleg door het RGOP Regionaal Georganiseerd Overleg in Politiezaken. Tevens werden dienstcommissies , later ondernemingsraden, ingesteld.
Huidige accenten
Naast een constante aandacht voor de verbetering van de rechtspositie van de politie-ambtenaar, goede individuele belangenbehartiging is er vooral veel aandacht besteed aan de verbetering van de positie van de politie in de samenleving. De Politievakorganisatie ACP vindt dat de politie haar werk moet doen met een grote verantwoordelijkheid voor en naar de samenleving. Daarom wordt ook binnen de bond en de politie nagedacht over onderwerpen als diversiteit, integriteit en verantwoordelijkheid. Binnen het politiewerk lag de nadruk op zware criminaliteit, het cellentekort, de procedurefouten, de IRT-affaire, het imagoprobleem en het gezag van de politie.
Sinds 1 januari 2011 is de officiële naam 'Politievakbond ACP'.
De visie van St. Michaël en de BCPA voor de Tweede Wereldoorlog was duidelijk en eendimensionaal. Vanaf de 60'er jaren werd de visie onduidelijk en veelkleurig. De invloed van dominees en pastoors was op beide bonden was jarenlang vanzelfsprekend. In de roerige jaren '60 en daarna speelde het geloof en de dogmatiek een steeds minder belangrijke rol bij de christelijke politiebonden.
Geloof werd steeds meer gezien als iets van je persoonlijke leven. Daar hebben organisaties niets mee te maken. Dit soort discussies leiden ertoe dat de St. Michaël en de BCPA een grotere openheid naar andere levensbeschouwingen ging vertonen. Begin jaren ’90 van de vorige eeuw werden veel christelijke organisaties opgeheven of gingen fuseren met neutrale organisaties (VNO en NCW, de werkgeverskoepels).
Vasthouden aan christelijke identiteit
Het is opmerkelijk dat tegen de maatschappelijke stroom in de ACP (zoals ook het CNV) heeft vastgehouden aan de christelijke identiteit. Niet meer dogmatisch, meer vanuit het idee dat de uitgangspunten, de wortels in de christelijk sociale beweging liggen.
De Politievakbond ACP heeft duidelijk gemaakt waar de “Bron” van haar denken te vinden is. Ze verloochent haar roots niet. Echter het is voor een lidmaatschap geen voorwaarde meer om de christelijke identiteit van de ACP te onderschrijven, er wordt wel respect en acceptatie van de uitgangspunten gevraagd.
Visieprogramma Politievakbond ACP
Klik hier voor het ACP Visiepamflet 2012 e.v.
Richtinggevende noties
Gerechtigheid en naastenliefde zijn begrippen die richting geven aan de wijze waarop wij in onze organisatie, in de samenleving en in de verhouding met andere mensen willen staan.
25.000 leden vormen samen de ACP. Uithangbord van de vereniging zijn de leden van het Dagelijks Bestuur (DB). Over hen vind je hieronder meer informatie.
> Onderhandelt met de minister van Veiligheid & Justitie over de CAO-politie.
> Treedt in overleg met (inter)nationale partners over arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, arbeidsinhoud en arbeidsverhoudingen binnen de politie met als doel zich hard te maken voor de positie van werk en inkomen van politiemensen en toezichthouders.
> Is - samen met medebestuurders - verantwoordelijk voor het vormgeven van visie en beleid van de organisatie ACP.
> Is het gezicht van de organisatie ACP in binnen- en buitenland.
> Is actief als woordvoerder van de ACP(-leden) in de media.
Voor Gerrit's CV en neventaken, kijk op Linkedin.
> Onderhandelt als tweede onderhandelaar met de minister van V&J over de CAO-politie.|
> Verantwoordelijk voor de financiële huishouding van de organisatie ACP.
> Verantwoordelijk voor de kwaliteit van de dienstverlening van de organisatie ACP.
> Vertegenwoordigt ACP-leden bij het behartiging van belangen over arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, arbeidsinhoud en arbeidsverhoudingen.
> Is - samen met medebestuurders - verantwoordelijk voor het vormgeven van visie en beleid van de organisatie ACP.
> Is actief als woordvoerder van de ACP(-leden) in de media.
Voor Wiep's CV en neventaken, kijk op Linkedin
> Stuurt het werkapparaat van de organisatie ACP aan.
> Is verantwoordelijk voor de koers en het beleid binnen de vereniging ACP.
> Is - samen met medebestuurders - verantwoordelijk voor het vormgeven van visie en beleid van de organisatie ACP.
Voor Emile's neventaken en CV, kijk op Linkedin