Arbeidstijd
Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal te werken uren per jaar: het aantal kalenderdagen per jaar, verminderd met:
a. het aantal zaterdagen en zondagen, en
b. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, de beide kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd, en 5 mei, dan wel een andere door het bevoegd gezag aangewezen kerkelijke, nationale, regionale of plaatselijk erkende feest of gedenkdag, voor zover deze dagen niet vallen op een zaterdag of een zondag, vermenigvuldigd met 7,2. (artikel 12, lid 4 BARP)
Voor een ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking bedraagt het aantal te werken uren per jaar een evenredig deel van het aantal te werken uren volgens de systematiek van de in lid 4 opgenomen berekeningswijze. (Artikel 12, lid 5 BARP)
In artikel 10, lid 1 onder h van het BARP is opgenomen dat de omvang van dienstbetrekking van de werknemer in akte van aanstelling vermeld moet staan.
Volgens de Wet aanpassing arbeidsduur (WAA) heb je het recht om minder of meer uren per week te gaan werken, als:
- Je werkt in een bedrijf met meer dan 10 werknemers;
- Je minimaal 1 jaar in dienst bent;
- Een (eventuele) vorig verzoek om minder of meer te gaan werken 2 jaar of langer geleden is.
(artikel 2 Wet Aanpassing Arbeidsduur (Waa))
Aanvragen bij de werkgever
Je moet bij de werkgever een verzoek indienen om meer of minder te werken. Hiervoor moet je een brief sturen aan de werkgever. In deze brief moet het volgende staan:
- Vanaf welke datum dit moet ingaan;
- Hoeveel uren je meer of minder wilt gaan werken;
- Hoe je die uren over de werkweek wilt verdelen.
Deze brief moet ten minste 4 maanden van te voren naar de werkgever gestuurd worden. De werkgever moet met jou overleggen over het verzoek. In principe moet hij 'ja' zeggen. Alleen als het bedrijf daardoor in ernstige problemen komt, kan hij je verzoek afwijzen. Bijvoorbeeld: je wilt minder gaan werken, maar
- Er is niemand om het werk over te nemen;
- Er ontstaan problemen in het rooster;
- Er ontstaan problemen voor de veiligheid;
- Of je wilt meer gaan werken, maar
- Er is niet voldoende werk;
- Er is geen ruimte in de formatie of personeelsbegroting;
Uiterlijk 1 maand voordat je korter of langer wil gaan werken, krijgt je schriftelijk bericht of de werkgever akkoord gaat. Zo ja, dan wordt de arbeidsovereenkomst aangepast. Zo nee, dan moet hij daarbij melden waarom hij je verzoek afwijst. Als je 1 maand van te voren niets hebt gehoord, mag je ervan uit gaan dat de werkgever akkoord gaat: wie zwijgt, stemt toe. Kom je er samen met je werkgever niet uit, dan kun je een verdere juridische procedure starten bij de Kantonrechter. Als ACP lid kun je contact opnemen met de Coördinator individuele belangenbehartiging (CIBB) om daarbij geholpen te worden.



