ACP | Politievakbond ACP

Het LFNP is het resultaat van de wens om één functiegebouw te hebben voor de hele Nederlandse Politie.
De belangrijkste redenen hiervoor zijn: hetzelfde werk op dezelfde wijze te beschrijven; hetzelfde werk op dezelfde wijze te waarderen; en de wens om te komen tot één politie.

Waarom is er ooit gekozen voor een Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP)?

In 2005 koos de Raad van Hoofdcommissarissen voor de ontwikkeling van één functiegebouw voor de Nederlandse Politie, het LFNP.
De keuze voor een LFNP is gemaakt voordat werd besloten tot invoering van de Nationale Politie. De ontwerpcriteria die aan het LFNP ten grondslag liggen zijn:

  • Meer zelfstandige professionele ruimte voor medewerkers.
  • Goed vakmanschap.
  • Resultaatgericht werken staat centraal.
  • Samenwerken en netwerken zijn leidende principes.
  • Dienend leiderschap.

Op 10 november 2011 is het LFNP in het overleg tussen de minister van Veiligheid en Justitie en de vakbonden vastgesteld. De belangrijkste redenen om voor het LFNP te kiezen zijn:

  • Hetzelfde werk op dezelfde wijze beschrijven.
  • Hetzelfde werk op dezelfde wijze waarderen.
  • Het LFNP is geschikt voor de inrichting van de Nationale Politie.
Hoe verhouden Nationale Politie en LFNP zich tot elkaar?

De ontwikkeling van het LFNP startte in 2005. Er ontstaat nu een ‘samenloop’ tussen de invoering van het LFNP en de totstandkoming van de Nationale Politie. Feitelijk is dat een minder gewenste situatie. Het was beter geweest als het LFNP al een tijdje was ingevoerd voorafgaand aan de personele reorganisatie. Het LFNP invoeren na de vorming van de Nationale Politie is volgens alle partijen een veel slechtere keus. De reorganisatie starten met 16.000 verschillende functiebeschrijvingen maakt het wel erg ingewikkeld. De invoering van het LFNP na de reorganisatie, zou leiden tot nog grotere nadelige rechtspositionele gevolgen.
Voor de personele reorganisatie van de politie zijn afzonderlijke afspraken gemaakt. Die zijn vastgelegd in het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp, Hoofdstuk VIIb) en het Landelijk Sociaal Statuut (LSS). In het Barp en het LSS zijn ook de regels opgenomen over de personele plaatsing (plaatsingsvolgorde) en de gevolgen van plaatsing (rechtspositionele consequenties).

Hoe is bepaald welke LFNP-functie ik krijg?

De omvangrijke klus om de bestaande functiebeschrijvingen om te zetten naar LFNP-functies is geklaard door de matchingscommissie. Dat is een groep van twintig deskundigen, eerlijk verdeeld in tien vertegenwoordigers van de werkgever en tien van de politiebonden.

Het bleek een ‘hell of a job’ om alle bestaande functiebeschrijvingen om te zetten naar ‘de meest vergelijkbare functiebeschrijving’ uit het LFNP. Daarvoor zijn de beide systemen gewoon te verschillend. Zoals een collega het zo treffend verwoordt: “In de matching moeten we Chinees omzetten naar Nederlands en dan niet alleen in taal, maar ook in cultuur”. Daar komt nog bij dat er bij de regionale korpsen sinds 1993 een enorme diversiteit aan ‘dialecten’ is ontstaan. Na een aantal weken kwam de matchingscommissie tot de conclusie dat het vergelijken van inhoud naar inhoud zonder nadere spelregels een onmogelijke opgave is. Na overleg tussen de minister, de politietop en de bonden is daarom besloten om de matching te laten verlopen via het systeem van keuze voor het domein, daarna vakgebied en daarna zoveel mogelijk naar de schaal van de huidige functie. Dat zal collega’s die nog geen kennis hebben van het LFNP niet veel zeggen. Daarom een toelichting.

De 92 LFNP-functies zijn verdeeld in drie domeinen:

  1. Leiding
  2. Uitvoering
  3. Ondersteuning

De domeinen Uitvoering en Ondersteuning zijn weer verdeeld in vakgebieden. Twaalf vakgebieden in de Uitvoering en acht in de Ondersteuning. In ieder vakgebied zit een reeks met elkaar opvolgende functies. Als voorbeeld:

  • In het domein Ondersteuning zit het vakgebied ‘Bedrijfsvoeringsspecialist’. Daar zijn er zes van. Oplopend van ‘Bedrijfsvoeringsspecialist A tot en met F (schaal 9 t/m 14).
  • In het domein Uitvoering zit het vakgebied ‘Gebiedsgebonden Politiezorg (GGP)’ met daarin de zes functies ‘Assistent GGP’ tot en met ‘Operationeel Expert GGP’ (schaal 4 t/m 9).

Werkterreinen, aandachtsgebieden en specifieke functionaliteiten
Met alleen het bepalen van de functie was de matchingscommissie er nog niet. Bij een aantal vakgebieden horen ook nog werkterreinen, aandachtsgebieden en specifieke functionaliteiten.

  1. Werkterreinen zijn een verbijzondering van het vakgebied. In de GGP bijvoorbeeld: wijkagent, hondengeleiding, dierenwelzijn (animal cops) of verkeer. Bij het vakgebied Bedrijfsvoeringspecialismen in de Ondersteuning bijvoorbeeld: P&O, facilitair of onderwijs.
  2. Aandachtsgebieden komen alleen bij de Ondersteuning voor en zijn een verbijzondering van het werkterrein. Bijvoorbeeld het genoemde werkterrein P&O kan vijftien aandachtsgebieden hebben, bijvoorbeeld: rechtspositie, opleidingen of personeelsadministratie.
  3. Specifieke functionaliteiten komen alleen voor bij arrestatieteams en bij de observatie. Het betreft dan zaken zoals scherpschutter en persluchtduiker.

Het was een hele kluif om uit al de 16.000 functiebeschrijvingen per functie al de werkterreinen, aandachtsgebieden en specifieke functionaliteiten te destilleren.

Was het toen klaar?
Nee. Toen moesten de ruim 30.000 taakaccenten – die door de korpsen waren aangeleverd – nog worden omgezet naar werkterreinen. Althans, als dat van toepassing was. Veel van de aangeleverde taakaccenten waren niet aan te merken als een werkterrein. Zo is ‘twitteren’ niet aan te merken als een werkterrein en ‘biker’ ook niet. Het gebruik van een mountainbike vraagt zeker om bijzondere vaardigheden, maar in het LFNP wordt het gebruik gezien als een middel en niet als een genoemde verbijzondering van een functie. Toch zijn de taakaccenten ruimhartig toebedeeld. Het taakaccent ‘verkeer’ is in de meeste gevallen omgezet in het werkterrein ‘verkeer’, en milieu in het werkterrein ‘milieu’. Dat geldt natuurlijk niet voor vakgebieden waaraan geen werkterreinen of aandachtsgebieden zijn gekoppeld.

Wat zijn de gevolgen van het omzetten van de functies?

Van 16.000 naar 92 functies gaat niet zonder slag of stoot. De minister en de bonden hebben afspraken gemaakt die eventuele negatieve rechtspositionele gevolgen voor alle medewerkers zoveel mogelijk beperken. De regel is: ‘je houdt wat je hebt’:

  • Je houdt de status en de rang die je nu hebt.
  • Je houdt salarisniveau, het salaris dat je nu hebt inclusief het perspectief in uitloop et cetera.
  • Wie op een functie met een hogere schaal is gematcht, krijgt uiteraard de salarisschaal en de eventuele rang die bij de functie hoort.

Maar, er kunnen nog hele andere gevolgen zijn. Zo zijn er collega’s die een zogenoemde functie met politietaak krijgen (vaak executieve functie genoemd), terwijl ze nu een zogenoemd administratief technische functie hebben. Dat komt bijvoorbeeld voor bij verkeersassistenten die nu met een BOA-diploma het werk doen. Die zijn meestal op de functie assistent GGP gematcht. De minister en de politievakbonden hebben afspraken gemaakt over wat er dan moet gebeuren. Die collega’s krijgen de mogelijkheid om de politieopleiding te gaan volgen. Tenminste, als ze dat willen en de keuring met een positieve uitslag doorlopen. En ze moeten natuurlijk aan de aanstellingseisen voldoen. Het Nederlanderschap is daar een voorbeeld van. Als de collega’s niet naar de opleiding gaan, krijgen ze een takenpakket dat past bij hun kennis en kunde. Er is steeds sprake van maatwerk.

Wat betekent de invoering van het LFNP voor mijn werkzaamheden?

Tot nu toe is het hele LFNP vooral theorie geweest. Nu is het moment aangebroken dat het systeem langzaam maar zeker naar de praktijk wordt omgezet. In hoeverre je daar veel van merkt, kan voor collega’s heel verschillend zijn. Er is een aantal stappen te onderscheiden. In de eerste stap krijgt iedereen een besluit, waarin staat naar welke LFNP-functiebeschrijving de huidige functiebeschrijving overgaat. Die functie is meteen ook de functie waarmee je de personele reorganisatie van de Nationale Politie ingaat. De brief met je nieuwe LFNP-functie krijg je halverwege mei 2013.

  1. In de eerste stap krijgt iedereen een besluit waarin staat naar welke LFNP-functiebeschrijving de huidige functiebeschrijving overgaat. Die functie is meteen ook de functie waarmee je de personele reorganisatie van de Nationale Politie ingaat. De brief met je nieuwe LFNP-functie krijg je halverwege mei 2013.
  2. In de periode daarna gebeurt er als het ware even niets. Iedereen blijft gewoon werken alsof de huidige functie nog van kracht is. Er worden niet ineens andere eisen gesteld.
  3. In de derde stap vindt de personele reorganisatie Nationale Politie plaats. Die inrichting bestaat uit LFNP-functies. Dat is hét moment waarop de LFNP-functie – die jij toegewezen hebt gekregen cq gaat gelden.
  4. In de vierde stap moet iedereen langzaam wennen aan het gebruik van de LFNP-functies en moet de nieuwe manier van werken langzaam vorm krijgen. Daar neemt de werkgever natuurlijk de tijd voor. Om dat te bereiken, wordt er nog een programma opgestart.

Door het gebruik van deze site, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close