ACP | Politievakbond ACP

Wat is de ‘smart’ in smartengeld?

Bij blijvend letsel na een dienstongeval, krijg je van het korps smartengeld. Het bedrag hangt af van het percentage beperkingen. Dat wordt medisch vastgesteld. Raak je door je letsel ook arbeidsongeschikt? Dan krijg je van het UWV een arbeidsongeschiktheidspercentage. De hoogste van deze twee geldt voor het smartengeld.

Maar…het UWV heeft om het ingewikkeld te maken ook nog twee opties bij het vaststellen van het arbeidsongeschiktheidspercentage. Bij de eerste wordt er geoordeeld op basis van je beperkingen (het ‘theoretische’ percentage). Bij de tweede op basis van wat je desondanks nog weet te verdienen (het ‘praktische’ percentage). Wat nou als het eerste 43% oplevert, maar de tweede weinig of niets?

Tom (gefingeerde naam) houdt blijvend letsel na een aanhouding in 2008. De gevolgen van dit dienstongeval zijn ingrijpend. Tom krijgt te horen dat hij nooit meer in blauw kan werken. Ook door zijn grote hobby’s (sport en motorrijden) moet hij een streep zetten. Toch bikkelt Tom door, en weet hij in ieder geval zijn loonverlies te beperken met hard werken in een andere functie. Ruim vijf jaar na het ongeval krijgt hij pas zekerheid over plaatsing in dat andere werk. En wéér een jaar later krijgt hij pas zijn smartengeld. In januari 2015 betaalt het korps 6% vergoeding op grond van de medische toets. Dat is opvallend, want het UWV kwam uit op 43% arbeidsongeschiktheid. De verklaring van het korps daarvoor is dat Tom in de door hem bevochten functie genoeg verdient en dus eigenlijk niet arbeidsongeschikt is. Leuk en aardig, maar smartengeld is er toch om vergoeding te bieden voor het leed dat je hebt? En het UWV komt tot die 43% omdat het letsel zodanig is, dat Tom vanwege zijn beperkingen nooit meer volledig fysiek kan functioneren. Met alle gevolgen op zowel werk- als privégebied. Kortom, zijn smart komt nog steeds tot uitdrukking in de 43%. Toch?

De hoogste rechter, de CRvB, oordeelt dat Tom inderdaad recht heeft op 43%. Maar om een andere reden (die we als ACP ook hadden aangevoerd). Smartengeld hoort namelijk maximaal drie jaar na het ongeval te komen. En als dat goed uitkomt voor de ambtenaar, na vijf jaar. Het UWV maakte een herberekening op basis van Tom’s nieuwe inkomen (het ‘praktische percentage’). Maar die kwam pas ná 5 jaar. Te laat, oordeelt de rechter. Dus moet er gewoon 43% worden uitgekeerd.

De zaak is gewonnen. Maar de principiële vraag of je, ook los van de termijnen, niet sowieso recht hebt op het theoretische percentage, heeft de CRvB helaas niet beantwoord. Die conclusie wil de ACP wel bereiken. Wordt dus zeker vervolgd…

Door: Paul Boezeman, jurist ACP

 

Terug naar overzicht

De ACP biedt leden juridische hulp zodat je bij problemen over werk en inkomen verzekerd bent van rechtshulp. Je kunt ook gebruikmaken van de uitgebreide dienstverlening en diverse ledenvoordelen


Ook reageren?

Log hieronder in met je e-mailadres of lidnummer en je wachtwoord. (Hulp bij inloggen)

  • Houd rekening met je voorbeeldfunctie: ook burgers lezen jouw reactie.
  • Behandel iedereen met respect.
  • Kwetsende of aanstootgevende reacties worden verwijderd.
  • Heb je vragen? Mail ons.

Door het gebruik van deze site, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close