ACP | Politievakbond ACP

ABP-pensioen: wat verandert er en waardoor komt dat?

De ACP krijgt vrij veel vragen van leden over pensioen. Door de gesloten loonruimteovereenkomst voor overheidspersoneel en berichten van het ABP over onder andere verwachte premiestijgingen veroorzaakt door nieuwe financiële spelregels van het kabinet en de Nederlandsche Bank. Wat verandert er in de ABP-pensioenregeling en waardoor komt dat? Een overzicht.

1. Nieuwe financiële spelregels kabinet en Nederlandsche Bank

Lager opbouwpercentage

Door wettelijke maatregelen mag je minder geld dan voorheen belastingvrij opzij zetten voor pensioen. Het opbouwpercentage (het gedeelte van je pensioen dat je jaarlijks opbouwt) wordt in drie ronden verlaagd. Dit betekent dat je langer moet doorwerken om je pensioen op hetzelfde peil te houden. De eerste ronde ging in op 1 januari 2014. De tweede ronde volgde op 1 januari 2015 en op 1 januari 2016 vindt er nog een verlaging plaats van het opbouwpercentage. Een lager opbouwpercentage heeft een verlagend effect op de pensioenpremie.

Meer geld in kas pensioenfondsen

Daarnaast moeten pensioenfondsen – zo ook het ABP – door de nieuwe strengere financiële spelregels meer geld in kas houden om voldoende zekerheid te hebben dat aan toekomstige verplichtingen wordt voldaan; het uitbetalen van pensioenen nu en straks.

Lagere rekenrente en dekkingsgraad

Pensioenfondsen moeten de zogenoemde rekenrente gebruiken om te bepalen of ze de pensioenen nu en in de toekomst kunnen uitbetalen. De Nederlandsche Bank bepaalt de hoogte van de rekenrente en maakte in juli 2015 bekend dat deze rente omlaag gaat. Hoe lager de rekenrente, hoe lager het rendement en hoe meer geld er nodig is om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Gevolg van deze verlaging – in combinatie met tegenvallende beleggingsresultaten – is een daling van de dekkingsgraad (verhouding tussen het vermogen van een pensioenfonds en de pensioenverplichtingen).

Als een pensioenfonds precies genoeg geld in kas heeft om aan de verplichtingen te voldoen, dan is de dekkingsgraad 100 procent. De aangescherpte spelregels bepalen dat pensioenfondsen ruimer dan voorheen in hun jasje moeten zitten om het pensioen te mogen indexeren. Dit betekent dat ze pensioenen minder snel kunnen laten meestijgen met lonen of prijzen. De nieuwe spelregels schrijven voor dat pensioenen gedeeltelijk geïndexeerd mogen worden als de dekkingsgraad hoger is dan 110 procent. Voor volledige indexatie moet de dekkingsgraad minimaal 130 procent zijn. De dekkingsgraad van het ABP is momenteel onder de 100 procent.

Kostendekkende pensioenpremie

Verder schrijven de nieuwe financiële spelregels een kostendekkende pensioenpremie voor. Ondanks de verlaging van het opbouwpercentage, moet het ABP de pensioenpremie waarschijnlijk verhogen om voldoende geld in kas te hebben. Dat komt door de lagere rekenrente en tegenvallende beleggingsresultaten.

2. Afspraken loonruimteovereenkomst publieke sector

Het kabinet en drie ambtenarencentrales hebben dit jaar afspraken gemaakt om loonruimte te creëren voor de overheidssectoren. De loonruimteovereenkomst tussen deze partijen bevat onder meer aanpassingen in de pensioenregeling:

  • De premieopslag die het ABP op 1 januari 2016 zou willen doorvoeren om de financiële positie van het ABP te verbeteren, gaat niet door. Deze voorgenomen opslag zou bovenop de eerder genoemde kostendekkende premie komen. In de overeenkomst staat dat het ABP deze opslag niet mag doorvoeren.
  • De pensioenen groeien in de toekomst niet meer mee met de loonontwikkeling, maar met de ontwikkeling van de prijzen (inflatie). In theorie levert dit een kostenbesparing op, waardoor financiële ruimte ontstaat. In de praktijk kan het zo zijn dat de prijzen sneller stijgen dan de lonen. Het is dus niet op voorhand te zeggen of dit een verslechtering of verbetering is.
  • Het voordeel dat de werkgever heeft van het lagere opbouwpercentage vanaf 2015 wordt vertaald in hoger loon (0,8 procent in 2015 en 1,4 procent in 2016). De pensioenpremie wordt betaald door werknemers en werkgevers. De werkgever neemt bijna 70 procent van de premie voor zijn rekening. Het lagere opbouwpercentage levert hem geld op ten opzichte van de eerdere opbouwpercentages zonder dat hij de nadelen heeft van minder pensioenopbouw. Er is afgesproken dat het premievoordeel voor de werkgever door het lagere opbouwpercentage wordt teruggegeven aan de werknemers in de vorm van hoger loon. Politiemensen hebben deze loonsverhoging deels (0,8 procent van het pensioengevend salaris) al ontvangen.

 

Meer weten?

Meer weten over pensioen? Ga naar Acp.nl/pensioen

Terug naar overzicht

De ACP biedt leden juridische hulp zodat je bij problemen over werk en inkomen verzekerd bent van rechtshulp. Je kunt ook gebruikmaken van de uitgebreide dienstverlening en diverse ledenvoordelen


Ook reageren?

Log hieronder in met je e-mailadres of lidnummer en je wachtwoord. (Hulp bij inloggen)

  • Houd rekening met je voorbeeldfunctie: ook burgers lezen jouw reactie.
  • Behandel iedereen met respect.
  • Kwetsende of aanstootgevende reacties worden verwijderd.
  • Heb je vragen? Mail ons.

Wij maken gebruik van cookies om je een optimale gebruikerservaring aan te bieden. We maken gebruik van analytisch cookies om de website en dienstverlening te kunnen verbeteren en cookies van externe partijen. Lees voor meer informatie onze  privacy statement . Klik op de accepteer button om de cookies te accepteren.