ACP | Politievakbond ACP

Eveline: ‘Ik had het onder controle dacht ik’

Ze groeit op in Nieuw-Lekkerland en wil maar één ding: bij de politie. Overtuigd en gedreven solliciteert ze op haar zeventiende bij de politie. Ze wordt afgewezen. Te jong en onervaren. Een jaar later probeert ze het opnieuw. Met succes. Eveline Martens (34) begint haar politieloopbaan in Schiedam bij de Noodhulp. Jaren later krijgt ze PTSS.

“Het snelle handelen trok me. Ik ben erg idealistisch. Een strebertje ook en perfectionistisch. Ik wilde alle rotte appels uit de samenleving halen.” In de jaren die volgen werkt ze in Vlaardingen en Rotterdam-Zuid. “Er was een fijne samenwerking in het team. Je wist wat je aan elkaar had. De keerzijde was dat mijn wereld steeds meer bestond uit politiemensen. Ik kreeg een relatie met een collega, ging uit met collega’s. Mijn wereld wérd de politie. De cultuur was macho-achtig, over je gevoel praten deed je niet. En dat paste me wel want dat deed ik al nooit.”

Nachtmerries

Ze werkt keihard door en merkt tegelijkertijd dat heftige incidenten hun sporen achterlaten. Gaandeweg gaat het minder. “Zolang ik niks voelde, had ik het onder controle. Dacht ik. Ondertussen word je volgestopt met nare ervaringen. En in een mannencultuur waarin het niet ‘cool’ is om te praten, ga je maar door. Ik ging omrijden voor incidenten, wilde niet als eerste aankomen. Ik kreeg nachtmerries en voelde angst als ik weer voor de poort stond bij aanvang van de dienst.”

Het gaat steeds slechter tot de druppel de emmer in 2008 doet overlopen. Eveline: “In die tijd begeleidde ik aspiranten. We kregen een melding: reanimatie van een baby. De meldkamer hoorde een hoop hysterie, konden niet veel wijzer worden uit de melding. Ik voelde: dit is mijn laatste incident. Ik kan niet meer. Ter plaatse moest ik de aspirant opdrachten geven en startte de reanimatie. Mijn vriend kwam als tweede auto aan. We keken elkaar aan en hij zag dat het mis was. Maar je denkt niet na, handelt gewoon. Met 200 km/u reden we naar het ziekenhuis, al reanimerend. We leverden de baby af, in het kamertje ernaast ging ik even zitten. Toen zakte ik in elkaar.”

‘Ik kwijnde weg’

De tijd die volgt is ellendig. Eveline eet nauwelijks meer, slaapt slecht en valt steeds meer af. Haar leidinggevende geeft haar een paar vrije dagen en verwacht dat ze erna weer de oude is. “Door die houding werd het alleen maar erger. Het duurde heel lang voordat hij doorhad dat ik écht niet meer kon, dat ik echt op was. Ik at weinig en kreeg anorexia. De Arbo-arts vond dat ik daarvoor maar geholpen moest worden. Ook het UWV zag niet hoe ziek ik was. Op een gegeven moment woog ik nog 35 kilo en werd ik opgenomen. Van mijn werk hoorde ik niets. Toen het weer wat beter ging, vond mijn chef dat ik wel bij de recherche kon werken. Maar de oorzaak werd niet aangepakt. Ik werd naar allerlei instanties gestuurd. Langzaam kwijnde ik weg. Ik zag geen uitzicht meer, werd suïcidaal. Mijn vriend moest er bij mijn chef op aandringen om mijn geweldsmiddelen af te nemen. Toen pas werd het ook bij hem duidelijk hoe ik eraan toe was.”

Erkenning

Eveline voelt wel aan dat er iets moet gebeuren. “Qua rechtspositie werd ik echt slecht behandeld door de werkgever. Ik meldde me bij de ACP. Jurist Marlene Drost nam direct contact met me op. Vanaf dat moment heeft ze zich als een hyena vastgebeten in het dossier. Ze heeft alles erbij gepakt en zó haar best gedaan voor de erkenning van PTSS, gesprekken met de werkgever, immateriële schadevergoeding, begeleiding naar het UVW. Tot twee keer toe stelde ze beroep in. Ze gaf me waardevolle tips, luisterde echt en betrokken maar bleef ook zakelijk. Zij was en is voor mij een rots in de branding.”

Niet kunnen werken en wel willen, is moeilijk. Eveline ervaart dat dagelijks. “Ik identificeerde me met mijn werk. Toen het misging, voelde ik me slecht, niet volwaardig. Wat ik wil, is gewoon leven, het verleden verwerken en op de toekomst gericht zijn. Inmiddels is Eveline van haar eetstoornis af en wordt voor PTSS al langere tijd behandeld door middel van onder andere EMDR-therapie. Ze heeft een boodschap aan collega’s én leidinggevenden: “Ik ben structureel over mijn grenzen heengegaan. Doe dat niet. Durf elkaar aan te spreken als er signalen zijn, ook aan je leidinggevende. Als het niet gaat, dan gaat het niet. Accepteer hulp en ga niet door tot het te laat is. En betrek je familie erbij zodat ze jou begrijpen.

Tegen chefs wil ik zeggen: leer de symptomen van PTSS te zien. Wat is het? Hoe ziet het eruit? En wees je ervan bewust dat het er is. Er zijn genoeg collega’s die op het randje lopen. En geef je mensen vertrouwen. Als ze aan je bureau komen, door te zeggen: “Wat fijn dat je hier komt. We gaan je helpen.”

Terug naar overzicht

Wij maken gebruik van cookies om je een optimale gebruikerservaring aan te bieden. We maken gebruik van analytisch cookies om de website en dienstverlening te kunnen verbeteren en cookies van externe partijen. Lees voor meer informatie onze  privacy statement . Klik op de accepteer button om de cookies te accepteren.